Hoe doe je dat? – Handig of niet?

Een jongen in mijn praktijk laat zijn hoogbegaafdheid zien door kennis, door analyses, door creatief denken en door alles ter discussie te stellen. Op school valt hij daardoor echter helemaal niet op. Motorisch is hij niet altijd even handig, misschien loopt hij zelfs wel wat achter en dat is duidelijk zichtbaar bij het schrijven, knippen, laatje op orde houden, gymen, etc. De leerkracht heeft echter meer moeite met zijn impulsieve reacties, hij reageert echt overal op en roept vaak op willekeurige momenten dwars door anderen heen. En eigenlijk is ook het ‘niet maken van het werk’ iets waar de leerkracht niet mee uit de voeten kan. De leerkracht is dus niet zo blij met deze jongen en de ouders kunnen maar niet duidelijk maken wat er allemaal in hem zit.

Tijdens het observeren zag ik het volgende.

Er was een kringgesprek over hoe je met elkaar om gaat. De jongen wilde echt overal op reageren maar hij hield zich best in, hij probeerde niet voor zijn beurt te praten, het lukte alleen vaak niet. Er was zichtbaar zoveel drang dat hij het er eigenlijk nog best goed vanaf bracht, maar ja, het stoorde wel enorm in de groep.

Na de kring werd er gewerkt aan rekenen. De jongen draalde met spullen uit zijn laatje pakken. Hij sleep zijn potlood, sprak even met zijn buurman, zocht de bladzijde, kwam een blaadje tegen met een verhaal, verdiepte zich in zijn verhaal, stopte het weg in zijn laatje, zocht nog een keer de bladzijde, etc. Kortom het duurde even voor de jongen aan het werk ging. Tijdens het werk werd er gezucht en gesteund. Hij keek naar buiten en was dan een tijdje stil. De leerkracht gaf aan hoeveel tijd er nog was en hij ging weer aan het werk. Wederom met zuchten en steunen. Hij bedacht iets en schreef dat op een leeg vel, wat hij uit zijn laatje haalde en daarna er weer in stopte. Deze jongen had veel moeite met het concentreren.

Na afloop heb ik zowel met de jongen, de leerkracht en de ouders gesproken en we kwamen tot de volgende conclusie. De executieve functies van deze jongen zijn onvoldoende getraind om goed aan de slag te gaan en goed te functioneren in een groep. De impulsieve reacties duiden op een zwakke impuls controle, ook wel respons inhibitie genoemd. Het niet maken van het werk bestaat echter uit meerdere factoren. Deze jongen heeft een slechte taakinitiatie, hij komt dus moeilijk aan het werk. Ook tijdens het werken is er allerlei afleiding en gezucht wat duid op moeite met volgehouden aandacht. Soms komen deze 2 zwakke functies (taakinitiatie en volgehouden aandacht) dit logischerwijs door gebrek aan passend werk. De volgende stappen moeten dus worden gezet:

  1. De leerkracht toetst de jongen door, en echt ver genoeg om zeker te weten dat er niet veel een veel hoger niveau van begrip is;
  2. De leerkracht zorgt voor passend werk;
  3. Eerst wordt een van de zwakke executieve functies gekozen om te starten, in dit geval ‘volgehouden aandacht’;
  4. De jongen krijgt uitleg over wat het hem brengt als deze vaardigheid sterk wordt;
  5. Er wordt, samen met de jongen, een plan gemaakt om te oefenen;
  6. De jongen viert het als de vaardigheid sterker is geworden;
  7. Er wordt een nieuwe functie gekozen en de stappen 4 t/m 7 herhalen zich.

Let wel: de korte beschrijving hierboven, zonder gesprekken, zou nooit voldoende informatie geven voor de getrokken conclusie. De observatie was uiteraard uitgebreider en de gesprekken voegden de ontbrekende informatie toe.

Lees meer over executieve functies

 

Fanny
https://www.gripoptalent.nl/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll to Top