Hoe doe je dat? – De kracht van erkennen (deel 3)

Zoals in mijn vorige blogs ‘Hoe doe je dat? – De kracht van erkennen – deel 1’ en ‘Hoe doe je dat? – De kracht van erkennen – deel2’ beschreven, is er goede begeleiding nodig om te zorgen dat een kind/leerling zich niet miskend voelt. Begeleiding bij eigenschappen die heel krachtig zijn maar zich bij onbegrip zo vaak tegen het kind keren. Eigenschappen waardoor kinderen zichzelf en de wereld niet meer leuk vinden als zij hierin niet op hun eigen manier mogen functioneren. Als we kinderen leren deze eigenschappen goed in te zetten wordt het echter hun krachtbron.

In de eerste blog was er uitgebreid aandacht voor perfectionisme en in de tweede blog ging ik in op een sterk rechtvaardigheidsgevoel en kritisch denken. In de laatste blog van dit drieluik ga ik in op autonomie en gevoeligheid.

 

Autonomie

Autonomie, de behoefte aan zelfsturing en zelfbeschikkingsrecht. Volgens het woordenboek: ‘Zonder bemoeienis van buitenaf kunnen handelen’. In het jonge leven van veel kinderen is dat een utopie. Wij hebben als volwassenen namelijk al precies bedacht wat ze kunnen, wat ze mogen, wat wij oké vinden om te willen, wat ze mogen denken, hoe ze met anderen moeten omgaan, etc. We hebben bedacht wat de norm is en wat goed voor ze is. Zelf iets willen bepalen wordt gezien als eigenwijs gedrag dat de kop ingedrukt moet worden. Ze moeten stil zitten en luisteren. Natuurlijk schets ik het wat zwart/wit maar zo voelt het wel voor veel kinderen. Ze mogen bijna niets zelf sturen. Helaas ken ik zelfs veel leerkrachten die bepalen wat een kind moet geven met moeder- of vaderdag. En nee, niet alle kinderen kunnen het zelf bedenken en/of uitvoeren. Toch hoeft het dan nog niet voor alle kinderen besloten te worden. En ja, natuurlijk moeten kinderen zich soms aan regels houden en met een groep meedoen. Wat mij betreft echter alleen als je bij elke regel heel goed kunt uitleggen wat het belang daarvan is. Hoogbegaafde kinderen hebben namelijk sterker dan regulier de behoefte om dingen op hun manier te doen en zelf te bedenken wat de beste weg is. Enkele voorbeelden:

Gevaarlijke situaties

Er staat een doos op een kast en er is altijd wel een leerling die het een goed plan vindt om deze doos eraf te halen. En echt, van een stoeltje vallen levert niet meer op dan een blauwe plek. Het is niet echt gevaarlijk. Ja, val maar over me heen. Ik weet dat het volgens de regels allemaal niet mag en dat ouders verschrikkelijk boos worden, etc. En toch…… probeer het gewoon eens. Misschien valt het allemaal wel mee en krijg je een blij kind in de groep! Om boze ouders te voorkomen, kun je vooraf even overleggen. “Ik merk dat je dochter een sterke autonomiebehoefte heeft; mag ze van jullie dingen uitproberen? Wellicht wordt ze daar veel gelukkiger van! Wel is het mogelijk dat ze dan een keer met een bult of pleister thuiskomt.” Ik ken echt geen ouders die daar “nee” tegen zeggen.

Autonomie in de kring

Tijdens de kring wordt er voornamelijk ‘luistergedrag’ gestimuleerd. Soms meer dan 20 minuten lang. Er is niets autonooms aan luisteren. En echt, zo’n kind mag vaak helemaal niets anders doen. Ja meedenken, dat mag, maar het juiste antwoord zeggen dan weer niet. Zeker niet als je als kind altijd degene bent die het juiste antwoord weet. Het is een enorme frustratie voor veel kinderen. En dat gebeurt elke dag, althans zo begint hun schoolcarrière. Stel je voor dat je naar je werk gaat en je baas begint elke dag met een vergadering voor de hele afdeling. In die vergadering wordt een werkinstructie besproken, zodat iedereen weet wat hij/zij moet doen. De werknemers die nog niet weten wat de bedoeling is, mogen in deze vergadering de vragen beantwoorden. En de rest moet luisteren. Stel je dat eens voor!

Autonomie in taken

Als we op school aan het werk gaan dan staan er bij de kleuters taken op een bord of in een mapje. Bij oudere kinderen zijn er boeken en werkboeken. Iedereen maakt hetzelfde, vaak op hetzelfde moment. Zelden mag een kind invloed uitoefenen op WAT hij wil leren. Én ook niet op het HOE. Er zijn gelukkig steeds meer scholen die dit anders willen doen. In de praktijk blijkt dit lastig. We moeten dan eerst veel flexibeler worden. We moeten loslaten wat wij denken te weten over ‘de juiste manier’ en ‘het juiste moment of de juiste leeftijd’. Toch kan het ook gemakkelijk zijn. Kleuters kunnen 3 werkjes aangeboden krijgen in plaats van 1, je mag kiezen of je er 1 maakt of alle 3. Bij oudere kinderen kan je vooruit toetsen en allen het werk laten maken waarvoor echt een doel is. In de tijd die overblijft kun je tegemoetkomen aan behoeften. Het vraagt wel flexibiliteit, maar we hoeven nog niet meteen alles over boord te gooien. Als kinderen heel zelfstandig leren werken, van jongs af aan, dan kun je met weektaken meer invloed bij de leerling zelf neerleggen. Het is een goed begin.

Vraag jezelf af bij de verschillende momenten in je planning of er meer bij de leerling neergelegd kan worden. Meer keuzes, meer zelfsturing, meer inbreng, meer meedenken. Hoe zelfstandiger een kind taken uit kan voeren, hoe meer vrijheid en keuze hij krijgt. Zo bouw je een goede band op en wordt het kind gerespecteerd in zijn behoeften.

 

Gevoeligheid

Zo onzichtbaar en zo intens bepalend. Als je als mens weinig filtert en heel alert in de wereld staat komt er heel veel binnen. Prikkels, gevoelens, gedachten, emoties. Van jezelf, maar vooral ook van de omgeving. Je hoort, ziet, ruikt, voelt, proeft en ervaart veel meer dan de meeste mensen. Zij kunnen zich dan ook niet goed verplaatsen in hoe overweldigend de wereld soms kan zijn. Toch kent iedereen het gevoel wel overladen te zijn. Alleen niet elke dag of misschien juist elk moment. Vaak ook heel onverwacht, het kan je overvallen.

Omdat het niet zichtbaar is, kunnen anderen niet voorstellen wat het met je doet. Hoe je in de knel kunt zitten, hoe je overladen of getriggerd wordt. Anderen hebben dan vaak het idee dat je je aanstelt. Ze denken dat je overdrijft om aandacht te vragen of je zin te krijgen. Je voelt je dus naar door alles wat er bij je binnenkomt en krijgt daar bovenop een vervelende reactie van je omgeving. Je wordt niet geloofd. Voor gevoelige kinderen gaat dit net zo. We geven ze de boodschap dat ze zich aanstellen of overdrijven terwijl ze zich al heel rot voelen. Een paar voorbeelden om dit te verduidelijken:

Gevoelig tijdens spel

In de huishoek zijn een aantal kinderen aan het spelen. Ze verzorgen de baby’s en koken eten. Een van de kinderen wil graag een verhaal spelen. De anderen luisteren helemaal niet en gaan gewoon door met hun eigen spel. Het kind voelt zich gefrustreerd. Een verhaal spelen lukt eigenlijk heel vaak niet. De klasgenootjes zijn niet geïnteresseerd of snappen het verhaal niet. Het kind voelt zich teleurgesteld. Het is moeilijk om uit te leggen hoe leuk het dan wordt, het kind voelt zich incompetent. Ook snapt dit kind niet dat de anderen het niet saai vinden steeds maar gewoon een beetje met de poppen te spelen. Het kan zoveel interessanter. Het kind voelt zich onbegrepen. Bij elke mislukte poging wordt het gevoel van afwijzing groter. Daarnaast voelt dit kind het verdriet van een van de andere kinderen die wel meedoet met de anderen maar zich helemaal niet fijn voelt. Al deze emoties zijn intens voor het kind en gaan in het lijf vastzitten. Dan spreekt de leerkracht het kind bemoedigend toe mee te doen en dat het niks geeft als het spannend is. Daarop barst het kind in huilen uit. Nog meer onbegrip kan er echt niet meer bij.

Gevoel bij het buitenspelen

Een aantal kinderen rent gillend over het schoolplein. Een aantal anderen loopt met takken te zwaaien. Je hoort geluid van de drukke weg naast de school en er rijdt een trein over het spoor. Het waait hard en de wind zorgt voor het klapperen van de zonneschermen. De meeste kinderen zijn heerlijk aan het spelen, maar er zijn ook kinderen die zich afzijdig houden. Niet omdat ze sociaal niet handig zijn, niet omdat ze niet willen spelen, niet omdat ze altijd zo serieus zijn en niet omdat ze emotioneel nog zo jong zijn. Ze zijn overweldigd en overvallen. Er zijn gewoon veel te veel prikkels.

Wees dus altijd alert op wat er allemaal gebeurt bij het kind. Welke zintuigelijke prikkels of emoties zijn of worden ervaren. Praat met het kind over wat het voelt, zodat deze zijn gevoelens beter leert uiten, maar ook leert dat ze er mogen zijn. Zorg dat je begrip toont en vermijdt invulling door je eigen gevoel of ervaring. Ondersteun het kind door te helpen een manier te vinden met de gevoelens, en de situaties die dit veroorzaken, om te gaan. Wees vooral heel begripvol en kleur het gebeurde niet door uit te gaan van een ‘gemiddelde’. Kinderen met intense emoties zijn lang niet altijd emotioneel jong.

 

De kracht van erkennen is een drieluik dat volgens mij van essentieel belang is bij onderwijs aan en de opvoeding van hoogbegaafde kinderen. Via onderstaande links kun je de andere delen lezen. Laten we de kracht in deze kinderen losmaken!

Deel 1: Zijnskenmerken en Perfectionisme

Deel 2: Rechtvaardigheid en Kritisch ingesteld zijn

Fanny
https://www.gripoptalent.nl/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Scroll to Top