Hoe doe je dat? – De kracht van erkennen (deel 2)

Zoals ik in mijn vorige blog ‘Hoe doe je dat? – De kracht van erkennen – deel 1’ heb beschreven is er goede begeleiding nodig om te zorgen dat een kind/leerling zich niet miskend voelt. Begeleiding bij eigenschappen die heel krachtig zijn maar zich bij onbegrip zo vaak tegen het kind keren. Eigenschappen waardoor kinderen zichzelf en de wereld niet meer leuk vinden als zij hierin niet op hun eigen manier mogen functioneren. Als we kinderen leren deze eigenschappen goed in te zetten wordt het echter hun krachtbron.

In de vorige blog was er uitgebreid aandacht voor perfectionisme. In deze blog ga ik in op een sterk rechtvaardigheidsgevoel en kritisch ingesteld zijn.

 

Rechtvaardigheid

Ook hier ligt de lat hoog, alles moet eerlijk. En laten we eerlijk zijn, er is nogal wat onrecht in de wereld, op allerlei niveaus. Van wereld problematiek tot buitenspelen, van racisme tot onze benadering van kinderen. Op allerlei gebied is er onrecht. Soms is er ook helemaal geen keuze voor het juiste. Soms zijn we onmachtig. Toch kunnen we altijd iets doen voor dit kind wat hierdoor zo geraakt wordt. Enkele voorbeelden:

 

Onzijnsluik-rechtvaardigheidrecht bij het buitenspelen

Tijdens het buitenspelen zijn er vaak veel incidenten. Kinderen komen regelmatig aan volwassenen vertellen dat anderen niet volgens de regels spelen, dat er naar gedaan wordt, dat er grenzen overschreden worden, etc. Vaak zijn volwassenen geneigd kinderen uit te leggen wat het juiste wel was. De vraag is hoe effectief is dat? Willen kinderen wel leren van deze uitleg? Of hebben zij gewoon ervaring nodig? Ik denk het laatste, kinderen moeten grenzen uitproberen, moeten gedrag testen, moeten experimenteren. Ten koste van anderen? Nee, dat niet, soms is het echt grensoverschrijdend maar….. en echt een grote maar…… ook de kinderen die onderworpen worden aan (of van de zijlijn zien) dit gedrag of dit experiment hebben iets te leren. Hoe reageer jij? Welke rol heb jij? Wat zijn de vaardigheden die je als kind al kunt leren om met deze situaties om te gaan? In het geval van begaafde kinderen is het belangrijk dat vóór het buitenspelen de emmer niet te vol is (de emotionele emmer) zodat ze meer aankunnen. Bij deze kinderen moeten ook handvatten gegeven worden (op een niet emotioneel moment) om te zorgen dat ze sterker zijn in hun reactie of in het ‘laat het van je afglijden’. Deze kinderen worden sneller geraakt en hebben dus meer strategieën nodig om met de wereld om te gaan. Want buitenspelen is de wereld. Er komt steeds een nieuw schoolplein maar er blijven situaties ontstaan waarin je onrecht wordt aangedaan. Het zelf leren oplossen helpt je later ook in situaties op werk of in relaties.

Onrecht in de klas

In de klas is er al onrecht doordat niet elk niveau even veel aandacht krijgt. Zoals Aristoteles zei: “De ergste vorm van ongelijkheid is proberen ongelijke dingen gelijk te maken”. De drie niveaus die in de meeste methodes gebruikt worden zijn niet toereikend voor het grote scala aan niveaus in een klas. Gelukkig is er de laatste jaren veel aan het veranderen, er is meer begrip. Toch past de standaard dus vaak nog niet en kan een leerjaar als enorm slecht passende kleding aanvoelen, 5 maten te klein bijvoorbeeld. Maatwerk bieden valt niet mee maar is toch een noodzakelijke tip. Hoe? Per kind dient echt een plan gemaakt te worden en moet er zicht zijn op kennis, kunde en vermogen. Welk doel heeft dit kind nodig in zijn ontwikkeling? Welke middelen kunnen we hiervoor inzetten? Hoe gaan we dat in het klassenmanagement inrichten? Al die vragen moeten worden beantwoord. Per kind zal het antwoord anders zijn. Helaas is deze tip dus weinig concreet.

In de klas is natuurlijk nog meer onrecht. Er worden regelmatig beloftes gedaan. Op zich niet erg natuurlijk tenzij de belofte niet nagekomen wordt. Dit raakt deze kinderen heel erg. Zeker als de verandering die het teweegbrengt wordt gebracht als niet ernstig. Voor deze kinderen is een afspraak of belofte wel een ernstige zaak. Ze hebben op dit punt dus sterke sociale vaardigheden (respectvol zijn is nakomen van afspraken). Toch worden ze als inflexibel behandeld als ze moeilijk doen, verdrietig of boos zijn bij het wijzigen van een afspraak. Serieus zijn over afspraken helpt en deze kinderen kunnen je goed ondersteunen hierbij. Maak eventueel een afspraken bord waarop bijgehouden wordt wat een echte belofte was en wat een mogelijkheid indien het kan.

Als er kinderen ruzie maken weten deze kinderen vaak precies wat er gebeurd is en willen hun visie inbrengen om te zorgen dat het recht zegeviert. Toch willen wij als volwassenen vaak niet dat ze ‘zich ermee bemoeien’. In een dergelijke situatie is het zo belangrijk dat je de inhoud en de vorm van de boodschap apart bespreekbaar maakt. Je boodschap klopt maar de toon waarop/het moment/de gene met wie je het bespreekt is niet handig. Leer het kind hoe dingen te uiten/te zeggen. Én geef het kind erkenning voor de inhoud, voor wat het zegt.

Als je het kind op gedrag aanspreekt wat afgeleerd moet worden terwijl je eigenlijk zelf je niet aan de afspraken houdt, dan kan dit kind je niet serieus nemen. Het gedrag hoeft niet afgeleerd te worden, het is krachtig en rechtvaardig. Durf in zo’n geval kritisch te kijken naar je eigen handelen.

Onrecht in de wereld

Soms willen deze kinderen op jonge leeftijd al wereldproblemen oplossen. Ze hebben nog te weinig realiteitszin om te weten wat hun acties betekenen op grote schaal. Je kunt ze helpen door te praten over hun verdriet of angst. Bij hele gevoelige kinderen is het soms beter om op jonge leeftijd minder blootgesteld te worden aan nieuws. Je kunt ze ook helpen door steeds uitleg te geven over wat betekenisvol zijn is. Ze verdienen het om hun mooie rechtvaardigheidsgevoel met zingeving te vullen. Je kunt ze helpen iets goeds te doen. Je helpt ze niet door hun hulp te bagatelliseren of door gebrek aan tijd te laten verzanden. De empathie die zij aan de dag leggen is een kracht die de wereld een klein stukje mooier kan maken. Laat ze anderen besmetten met hun enthousiasme om te helpen. Behoedt ze tegelijkertijd voor teleurstelling door altijd heel realistisch te zijn.

 

Kritisch ingesteld zijn

Ook het kritisch denken werkt ongeveer op deze manier. Deze kinderen analyseren de wereld, zien wat er goed gaat en wat niet. Weten wat volgens de regels de bedoeling is en kunnen anderen daarop wijzen of de regels ernstig ter discussie stellen. De manier waarop kinderen hun gedachten onder woorden brengen komt regelmatig belerend over, betweterig noemen we deze kinderen. Zij hebben altijd nog iets aan te vullen of iets te corrigeren. Het is voor andere kinderen maar ook voor veel volwassenen lastig omgaan met een kritisch denkend kind. We hebben vaak nogal een mening over wie ‘de baas’ is en dat kinderen zich gewoon moeten houden aan bepaalde regels en afspraken. We vinden dat het goed voor ze is om stil te luisteren naar anderen en ‘sociaal’ gedrag te laten zien. Ze moeten dus van ons anderen in hun waarde te laten en hen niet steeds lastig vallen met hun vermogen om verder te denken of hun kritische benadering.

Toch is dit veel minder sociaal dan het lijkt. Het ‘betweterige’ kind heeft namelijk een heel sterk analytisch vermogen wat hij niet mag inzetten, hij heeft vaardigheden waar hij zelf maar ook zijn omgeving en zelfs de wereld bij gebaat zou kunnen zijn. Doordat hij deze niet mag inzetten maar er zelfs regelmatig voor afgestraft wordt ontwikkelt dit kind een negatief zelfbeeld. Hij groeit op in de veronderstelling dat hij een moeilijk mens is en meningen/inzichten heeft waar de omgeving niet op zit te wachten. Of hij ziet zichzelf als dom, hij ziet het kennelijk niet goed en iedereen lijkt dat te weten want niemand neemt zijn verhaal serieus in zijn beleving. Het is ook hier heel belangrijk om de vorm en de inhoud uit elkaar te halen. Het kind heeft recht op hulp bij de vorm waarin hij zijn zegje doet. Én recht op positieve feedback over de inhoud. Hij ziet de wereld helder en dat is zinnig. Laat dit kind zijn sterke eigenschappen gebruiken. Leg ook uit waar dit heel goed van pas komt en waar het eventueel anderen kwetst. Leg uit hoe je een boodschap kunt brengen zonder anderen te kort te doen. Én leg uit dat je trots mag zijn op goede gedachten en een sterk inzicht. Een paar voorbeelden om dit te verduidelijken:

Kritisch in de kringzijnsluik-kritische-instelling

Er zitten leerlingen in de kring en een aantal kinderen mogen vertellen over het weekend. Een meisje vertelt dat ze met opa en oma naar de dierentuin geweest is. Kees kent deze dierentuin en corrigeert haar. “Als je binnenkomt ga je eerst langs de apen en dan langs de tijgers. Achterin is een rondje en daar pas zie je de olifanten en de giraffen.” Het meisje is zichtbaar teleurgesteld en Kees krijgt een negatieve opmerking van de juf. “Kees, zij mag haar verhaal vertellen zoals zij het wil.” Bij een volgende leerling vult Kees aan en bij nog een leerling zegt hij dat er nog veel meer leuke musea zijn over wetenschap. De juf geeft steeds aan dat het niet de bedoeling is wat hij doet. Kees krijgt de indruk dat het allemaal niet klopt wat hij zegt én dat anderen het allemaal niet belangrijk vinden. Hij raakt gefrustreerd want het klopt wel, toch? Hij gaat twijfelen aan zichzelf en op den duur corrigeert hij niemand meer en vult hij niets meer aan. De juf koppelt terug aan ouders dat het veel beter gaat. Ouders hebben thuis een heel verdrietig kind en snappen niet dat het op school beter gaat.

In dit geval heeft Kees afgeleerd zijn krachtige eigenschap in te zetten. Het past niet bij hem om zo passief te zijn en hij denkt dat niemand hem leuk vindt. Hij is een erg negatief beeld van zichzelf aan het ontwikkelen. Als hij hulp had gekregen over hoe hij zijn krachtige eigenschap kon gebruiken en als hij had gehoord dat hij interessante en zinnige dingen zegt, dan was het niet zover gekomen.

Kritisch tijdens de les

De leerkracht legt uit dat er een opdracht gedaan moet worden over zeedieren, over vissen dus. Kees merkt op dat er in de zee ook heel veel andere soorten dieren leven, niet alleen vissen. De leerkracht is geïrriteerd dat Kees hem weer onderbreekt. En zegt: “Kees, hou je mond als ik praat, je moet opletten anders weet je straks de opdracht niet.” Na afloop heeft Kees een veel omvangrijkere tekst geschreven dan de bedoeling was. Hij heeft alle dieren in de zee benoemt en geordend, hij heeft de soorten beschreven en daarin een onderverdeling gemaakt. Hij heeft verteld over de hiërarchie van de voedselketen in zee. De opdracht was echter om vissen te beschrijven. De leerkracht zegt: “Zo slim ben je dus niet Kees, je hebt niet eens goed geluisterd naar de opdracht.”

Helaas worden dit soort opmerkingen nog heel vaak gemaakt tegen kinderen die kritisch denken en vaak meer weten dan gemiddeld. Slimme kinderen gaan twijfelen aan hun capaciteiten. Ze vinden zichzelf te kort schieten en krijgen vaak te horen dat het niet goed is wat ze denken en zeggen. Kees verdient een compliment voor zijn analytische ordening en het betrekken van de voedselketen. Hij heeft hulp nodig bij het luisteren en moet de opdracht met meer structuur aangeboden krijgen maar wel met de optie om er meer van te maken.

Door dit te doen erken je het kind met een kritisch denkvermogen en kan je het kind helpen deze eigenschap in te zetten als kracht. Bedenk als leerkracht én als ouder dat kinderen niet kritisch zijn om je te ondermijnen. Kinderen hebben van nature een goede intentie. Onderzoek samen hoe het werkt voor jullie, hoe het kritisch denken een goede plek kan krijgen in een vorm die voor alle betrokkenen prettig is. Praat met, over en vanuit respect voor elkaar dan heb je dit kind zo voor je gewonnen.

 

Volgende keer rond ik ‘De kracht van erkennen’ af met de eigenschappen ‘Gevoeligheid’ en ‘Autonomie’.

Deel 1: Zijnskenmerken en Perfectionisme

Deel 3: Autonomie en Gevoeligheid

Fanny
https://www.gripoptalent.nl/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll to Top