Executieve Functies

Zoals in de tekst ‘Vaardigheden’ genoemd, zijn er heel veel verschillende soorten vaardigheden die bijdragen tot een prettig functioneren. Executieve Functies zijn een belangrijke groep vaardigheden. Het zijn de controle functies van de hersenen. Ze controleren en sturen, op denken en gedrag. Ze zorgen voor gereguleerd handelen. De functies ontwikkelen in je hersenen tot begin twintiger jaren. Sommige van deze vaardigheden kunnen we dus nog niet altijd verwachten bij jonge kinderen of pubers. Het brein is dan nog niet altijd voldoende gerijpt op dit punt.

De boeken die je over dit onderwerp kunt lezen onderscheiden niet allemaal dezelfde executieve functies en ook niet allemaal even veel. Toch komt het vaak wel op hetzelfde neer. In het boek Slim maar…. Van Peg Dawson en Richard Guare worden 11 functies onderscheiden en ingedeeld in denken en gedrag.

 

Wgedrage kijken eerst naar de functies die het gedrag sturen.

Een aantal voorbeelden voor jonge kinderen:
‘Niet slaan als je speelgoed afgepakt wordt’ = respons inhibitie
‘Meteen opruimen als dat gevraagd wordt’ = taakinitiatie

Voor oudere kinderen is dat bijvoorbeeld:
‘Niet continue er doorheen roepen terwijl je met meerdere mensen in gesprek bent’ = respons inhibitie
‘Direct na de uitleg starten met het oefenwerk’ = taakinitiatie

Zoals je kunt zien heeft elke functie bij elke leeftijd weer een diepere laag. Van heel primair naar weloverwogen. Je kunt je voorstellen hoe zwakke functies het lastig maken om dagelijkse taken uit te voeren of in diverse situaties te functioneren. Zwakke functies bij gedrag zie je vaak al bij jonge kinderen. We staan als volwassene, bij kinderen met een zwakke functie, vaak in de ‘je moet het afleren’ stand. Effectiever is natuurlijk de ‘je moet het aanleren’ benadering.

 

 

denken

De functies die horen bij het denken hebben zo hun eigen voordelen. Het efficiënt werken, leren en uitvoering
van taken gaat veel beter met sterke functies.

Een aantal voorbeelden voor jonge kinderen:
‘Eerst je onderbroek aan en dan je spijkerbroek’ = werkgeheugen
‘De auto’s moeten in de bak en de puzzels op de plank’ = organisatie

Voor oudere kinderen is dat bijvoorbeeld:
‘Bij het dekken van de tafel heb je, bestek, glazen, borden maar ook onderzetters nodig’ = werkgeheugen
‘De laatje opgeruimd houden’ = organisatie

 

 

 

Uiteraard kan je al deze executieve functies trainen. Oefening is echt het sleutelwoord. Stel kinderen daarom heel bewust in de gelegenheid om te oefenen.
Vaak wordt er niet bewust geoefend en verwachten we wel dat kinderen bepaalde functies beheersen. Veel dagelijkse taken bestaan ook uit meerdere
vaardigheden en eerst moet je dus op zoek naar de zwakke schakel. En als je die gevonden hebt dan moet je het kind ondersteunen bij het oefenen.
Let op: Niet trekken, de zwakke schakel breekt dan!

Ondersteunen bij het aanleren van deze functies kan bijvoorbeeld door eerst de omgeving een beetje aan te passen. Ofwel hulpmiddelen in zetten. We kunnen lijstjes maken, foto’s gebruiken, time-timers inzetten etc. Als het kind dan een succeservaring heeft, belonen we zijn inzet. Na deze ervaring bouwen we de hulpmiddelen geleidelijk af en bieden het kind daarbij steeds de gelegenheid om te oefenen.

Eigenlijk is het niet zo ingewikkeld maar vooral een kwestie van bewustwording.

 

Scroll to Top